|
|
Het Needse Achterveld ligt in de gemeente Neede, op de grens met Haaksbergen en is voor een groot deel in het bezit van Staatsbosbeheer. De Schipbeek die er doorheen slingert, wordt momenteel natuurvriendelijker gemaakt. Zo werd er een stuw opgevuld met veldstenen, zodat hierdoor een vistrap is ontstaan. De Schipbeek vormt de natuurlijke grens van het Broedvogel Monitoring Project (BMP) Het Achterveld. Dit BMP gebied van ongeveer 60 hectare is heel afwisselend (met nu nog weide en bouwland) heide - buntgras - gagel - naaldbos - gemend bos - nat berkenbos - jeneverbessen - poelen en 3 grote, ondiepe waterplassen die in de zomer droog kunnen vallen. Er loopt ook een sloot van 2.5m breed dwars door het BMP Proefvlak.
In de laatste 3 decennia van de vorige eeuw liepen hier eerst schapen en later enkele Schotse Hooglanders. Tot deze ruige dieren op een gegeven moment de jeneverbesstruiken begonnen te kortwieken met hun horens en verder hadden ze veel toezicht nodig op gebied van uitbreken en ziekte. Dat was juist niet de bedoeling en van uit Zelhem konden ze die begeleiding niet geven en werden daarom verwijderd. Hun plaats werd ingenomen door Galloway runderen maar deze werden ook weer vervangen door tien runderen van het type Simmentaler en vijf paarden die van boeren uit de omgeving zijn.

De dieren blijven gedurende de zomermaanden in de vrije natuur, maar in november gaan ze terug op stal. Er is dan te weinig voedsel in het gebied en daarom worden de paarden en runderen bijgevoerd.
De beesten lusten het gras erg graag, maar aan de boompjes komen ze niet. Daarom organiseert het Staatsbosbeheer elk jaar op de eerste zaterdag in november een Natuurwerkdag. Met vrijwilligers gaan ze dan de boompjes uit de heide trekken. Behalve het trekken van jonge boompjes, laat de organisatie het 'maaien' over aan de dieren.
Bij de tellingen merkten we wel dat de paarden zo mak zijn, dat ze je het brood bijna uit de rugzak haalden. We hebben verschillende keren hun adem in onze nek gevoeld.

De toekomst
Het lijkt me heel interessant om te kijken welke verschillen er in de toekomst optreden bij het "herstellen" van dit gebied. Tijdens onze eerste telling in 2004 is nog 1/3 deel van dit BMP plot cultuurgrond. In het najaar van 2005 wordt de teeltlaag er af gehaald, zodat de schrale grond overblijft en het ook lager, dus natter wordt. Wanneer het mogelijk is om een redelijke grote blijvende waterplas met strand en rietkraag te creëren, dan is de kans op verschillende soorten rietzangers, steltlopers, eenden, Waterral of zelfs een Baardman of Roerdomp mogelijk, terwijl op de wat drogere stukken het Paapje, de Roodborst Tapuit, de Grauwe Klauwwier en de Nachtzwaluw niet meer tot de onmogelijkheid behoren. Om het geheel dan helemaal kompleet te maken zou er een steile wand voor de Oeverzwaluw en de IJsvogel aangelegd kunnen worden.

|
|